PAAR Goiz – behandel protocol

POOL 1: PARIETAL
Gebied: Head
Op het PARIETAL-bot, aan de zijkant van PINEAL
POOL 2: KIDNEY
Gebied: Dorsal-Thorax
Op de rug, ter hoogte van de valse ribben

Type: Protocol

Pathogen: Pair Goiz


Pathologies:

Indien Parietal - Kidney of afgeleide aktief, check DUODENUM-LIVER

Wanneer een patiënt op een behandeltafel ligt moeten de hakken gelijk liggen zodat u tijdens de behandeling eenvoudig een beenlengte verschil kan waarnemen. Indien u bij een liggende patiënt direct een beenlengte verschil kunt waarnemen, moet u met deze PAAR instructie, onderzoeken of dit beenlengte verschil door een trauma of door het gestel wordt veroorzaakt. Dit behandelprotocol geeft aanwijzingen om een trauma verschil van een fysiek verschil te kunnen onderscheiden.

Beenlengteverschil kan op een trauma duiden en invloed hebben op ziektebeelden als:
  • Nierproblemen:
    • verandering in afscheiding van urine,
    • moeilijke of pijnlijke urinelozing,
    • niercongestie of urineweginfectie.
  • Longproblemen:
    • pulmonale congestie (ophoping van vocht in de longen),
    • bronchitis (ontsteking aan de luchtwegen en hoesten met slijm),
    • astma (chronische ontsteking van de luchtwegen, piepen, kortademigheid, benauwdheid op de borst en hoesten),
    • bronchospasme (kramp met vernauwing van de luchtpijptakken),
    • dyspnoe (ademnood)
    • chronische hoest.
  • Hersen- en psycho- emotionele problemen:
    • hoofdpijn, migraine, hoofdzwaarheid en vermoeidheid
    • doofheid
    • balans - of evenwicht problemen
    • slapeloosheid
    • tics
    • spierproblemen
    • verminderde mobiliteit
    • gedragsstoornissen


    Start elk onderzoek met dit PAAR

    (PARIETAL sub Parotid, Ear of Parathyroid)
    PARIETAL (sub Parotid, Ear of Parathyroid) v KIDNEY opp

    1. PAAR Goiz staat aan het begin van het behandel protocol.

    Een beenlengte verschil kan door een functionele reden ontstaan, b.v. als het gevolg van een opgelopen trauma door een fysiek of emotioneel probleem, maar een beenverkorting kan ook een anatomische achtergrond hebben.

    Voor een goede behandeling moeten de hakken van de voeten gelijk liggen. Daar gaat deze verhandeling over...


    Liggen de hakken niet gelijk, dan biedt de Pair Goiz test een correctie mogelijkheid voor een functioneel beenlengte verschil, en wanneer dat niet lukt is een anatomisch beenlengte verschil aannemelijk.



    • Wanneer visueel een beenlengte verschil zichtbaar is kan dit verschil met de PAAR GOIZ opnieuw worden gebalanceerd door een +magneet op de KIDNEY aan de zijkant van het korter been te plaatsen en een magneet op de PARIETAL (sub Parotid, Ear of Parathyroid) aan de andere kant.

    • Als beide benen niet op deze manier overeenkomen, moet u proberen een magneet op de KIDNEY aan de zijkant van het langer been te plaatsen en een +magneet op de tegenoverliggende PARIETAL (sub Parotid, Ear of Parathyroid).

    • Als beide benen nog steeds niet op deze manier passen, moet u een +magneet aanbrengen op de SCIATIC zenuw van het korte been en een magneet in de adductor van hetzelfde korte been.

      Als beide benen niet geheel of gedeeltelijk overeenstemmen met een van de hierboven genoemde mogelijkheden, dan is de kans groot dat de ongelijkheid van beide benen te wijten is aan anatomische redenen en niet aan functionele redenen. In dat geval is het niet nodig magneten in dit paar Goiz te zetten.

      U doer er dan goed aan om met een stukje tape het verschil in beenlengte “af te tekenen”. Dit zal fungeren als visuele referentie.
    Hierna kunt u met behulp van het onderstaande protocol succesvol alle volgende PAREN testen

    2. Polariseren

    Lichaam depolariseren met de magneetstaaf

    • Magneetstaaf met groen omhoog 5 seconden links van het borstbeen leggen, daarna magneetstaaf 180 graden draaien met groen omhoog en 5 seconden aanhouden
    • Magneetstaaf onder linkerborst verplaatsen met groen naar links en 5 seconden laten liggen, daarna magneetstaaf 180 graden draaien met groen naar rechts en 5 seconden aanhouden
    • Magneetstaaf naast de borst en linker arm laten zakken (met groen naar beneden) en 5 seconden wachten, magneetstaaf 180 graden draaien met groen naar boven en 5 seconden aanhouden.

    3. Scan protocol
    Normal - / + of Reverse + / -

    Scan altijd met demagneet
    • Wanneer rechterbeen kort is, leg dan magneet op POOL1 en +magneet op POOL2 of
    • Wanneer rechterbeen lang is, leg dan +magneet op POOL1 en -magneet op POOL2
      • Scan omgeving POOL1 waar de hak de grootste afwijking heeft
      • Scan omgeving POOL2 waar de hakken het snelst gelijktrekken
    4. Controleer vervolgens alle PAREN
    • Controleer eerst de Universele en Generale Reservoirs.
    • Leg alle complementaire paren en paren met overeenkomstige micro-organismen

    PAAR typen


    Special
    • orgaandisfunctie niet-glandulair die niet veroorzaakt zijn door pathogenen

    Dysfunctional
    • Disfunctionele stoornissen in hormonale afscheidingsklieren

    Reservoirs
    • Plaatsen waar micro-organismen voor onbepaalde tijd accumuleren, in afwachting van de opportuniteit om naar orgaanweefsel te migreren en pathogene te kunnen worden. Wanneer de therapeut een reservoir paar in evenwicht brengt, zou hij / zij ook de paren moeten controleren die overeenkomen met dit type micro-organismen, voor het geval dat deze paren zal zouden zijn geïnfecteerd. En wanneer de therapeut een micro-organisme paar in evenwicht brengt, moet hij / zij ook alle micro-organisme gerelateerde reservoirs controleren.

    Tijdelijke paren
    • Deze worden veroorzaakt door fysiek trauma. Het plaatsen van een negatieve magneet in het trauma-gebied en een positieve magneet in de nier aan dezelfde kant van het lichaam, brengt deze paren in evenwicht.

    Complexe paren
    • Complex, agressieve en moeilijke pathologieën die slechts met 1 paar behandeld worden

    Geassocieerde paren
    • Groepen paren die samen complexe ziekten veroorzaken wanneer ze tegelijkertijd uit balans zijn. De combinaties zijn bijna eindeloos.

    Complementaire paren
    • Paren die in relatie met de actieve paar onderzocht moeten worden

    Pathogene paren
    • Paren die zich richten op een zelfde disfunctie of microbe

    Voorzorgmaatregelen
    • De therapeut moet altijd alle PAREN controleren zonder zich door symptomen of diagnoses te laten leiden
    • De therapeut moet niet ziekteverwekkers specificeren die hij heeft aangetroffen, noch diagnosticeren als hij geen arts is. Het enige belangrijke is het opnieuw in evenwicht brengen van PAREN die uit balans zijn.
    • De magneten genezen niet. Zij herstellen enkel de zuurbalans in het lichaam zodat het immuunsysteem of de intelligentie van het systeem de gezondheid terug kan brengen
    • Wanneer de patiënt zwanger is mag u geen magneten plaatsen in het gebied van UTERUS-OVARY
    • Plaats geen magneten binnen een straal van van 20 cm bij een pacemaker of andere elektronische instrumenten
    • De zwarte magneet mag u alleen (zwart zichtbaar) op een tumor leggen. NOOIT de rode magneet (rood zichtbaar)


    Transmision routes:

    Etiologische classificatie van kanker
    1. Virus + virus > infiltreer
    2. Bacteriën > exsudaat
    3. Virus + Bacterie > cyste of poliep
    4. Bacterie + Bacterie > abcess
    5. Bacterie + Bacterie + Virus > dysplasie
    6. Bacterie + Bacterie + Bacterie + Virus >, of Bacterie + Bacterie + Schimmel + Virus > benigne neoplasma
    7. Zelfde als punt 6., maar is 1 van de aangetroffen paren gerelateerd aan Mycobacterium lepromatosis > maligne neoplasia of echte kanker
    8. Pseudomonas aeruginosa - Clostridium difficile - Clostridium botulinum - Clostridium tetani > Metastasen
    9. Parasiten > Necrosis
    10. Ingeval van chemotherapie, radiotherapie, of lage gemoedstoestand ligt het functioneren van cellen ligt buiten de normale werking werking van het intelligente systeem.
    Ziekteverwekkende factoren die tumoren veroorzaken
    1. Virus veroorzaakt schade aan de cel mambraam
    2. Verstigingsplaats van de bacterie
    3. Bacterie veroorzaakt een langzame groei van de tumor
    4. Een schimmel versnelt de groei van de tumor
    5. Mycobacterium Leprae verhoogt de kwaadaardigheidsfactor
    6. Pseudomonas en Chlostrydium stimuleren uitzaaiing
    7. Parasieten bespoedigen celdood, het plaatselijk afsterven van weefsel (necrose)